Natuurcamping De Roos ligt in het Overijssels Vechtdal, een van Nederlands mooiste landstreken die bovendien nog niet door massatoerisme is aangetast

De 'rode draad' in het gebied is de rivier de Vecht, met zijn vele zijarmen een bijzondere, natuurlijke attractie.

Verder zijn er vele gevarieerde natuurgebieden zoals het oude kampenlandschap van de Eerder Achterbroek en de stuwwallandschappen van de Lemeler- en Archemerberg.
Topstukken in de collectie van het Overijssels Vechtdal zijn de unieke esdorpen Beerze en Rheeze en de prachtige kastelen
en havezaten, zoals Eerde, Rechteren en Den Berg.

Kortom: een ideaal fiets- en wandelgebied!

 
Beerze is het toonbeeld van landelijke bouwkunst in Salland. Karakteristiek zijn de met riet bedekte Hallehuisboerderijen
(van het langsdeeltype) die ook wel Saksische boerderijen worden genoemd. Kenmerkend zijn de naar binnen geplaatste baanderdeuren aan de wegkant, de zgn. onderschoer. Zo konden vroeger grotere wagens naar binnen gereden worden om
de oogst op de deel en de zolder van de boerderij op te slaan. 


Duizenden jaren, tot het einde van de negentiende eeuw, bleef het boerenbedrijf onveranderd: vee graasde op de lage
weides aan de Vecht, graan werd op de vruchtbare hoger gelegen esgronden verbouwd en de schaapskudde struinde rond
op de heidevelden van het Beerzerveen.
In oude kronieken komt Beerze voor ’t eerst voor wanneer vermeld wordt dat Warner van Beerse geteld werd onder de
edelen die in de slag bij Ane op 1 augustus 1227 het leven verloren. Ook is bekend dat toen monniken in Sibculo een klooster wilden bouwen (1406) de toenmalige eigenaar van Beerze, Diderick van Voorst daarvoor gronden afstond aan de priester Johan Ciemone.

Eeuwenlang (rond 1100 tot 1850) stond de havezate van de landheer van Beerze op de plek van de huidige boerderij ‘de Höfte’ aan de Marsdijk 9. Rondom de havezate was vroeger een uitgebreid stelsel van eikenlanen. Enkele restanten daarvan zijn nog herkenbaar aanwezig.
De Vecht stroomde toen vlak langs de burcht; bij de burcht lag een grote vijver die via een stelsel van dammen met de Vecht in verbinding stond. In deze vijver ving men vis met van twijgen gevlochten fuiken. Een oud Keltisch woord voor zo’n dam is ‘bär’, waar de naam Beerze (zeer waarschijnlijk) van is afgeleid.

In de 20ste eeuw kwam er een nieuw landhuis op een andere plek, aan de Beerzerpoort. Baron Bentinck tot Buckhorst liet het bouwen. Nu is het huis in particuliere handen en het landgoed in bezit van Landschap Overijssel.

U komt bij het landhuis door in het bos tegenover de camping de laan met Amerikaanse eiken te volgen.

 

Beerze was in vervlogen tijden een pleisterplaats voor Vechtschippers die met hun zompen goederen vervoerden vanuit Duitsland naar Zwolle. Ook het Bentheimer zandsteen waarmee het Paleis op de Dam in Amsterdam rond 1650 is gebouwd, werd over de Vecht aangevoerd. Favoriete aanmeerplek was schippersherberg ‘De Goede Vrouw’ die direkt naast
Camping De Roos was gelegen (op de plek van Beerzerweg 11).

 

De cultuurhistorische waarde van de kern van Beerze (30 ha) is zo groot, dat het in 1992 is aangewezen als
Beschermd Dorpsgezicht.
Dit geldt voor de ligging en bouwstijl van de boerderijen, maar ook voor het wegennet en de structuur van het dorp.
Negen boerderijen zijn Rijksmonument en dateren nog van voor 1800.

 

Ommen lag tot aan 1900 in een uitgestrekte vrijwel onbeboste vlakte. Er waren akkers, weilanden en houtwallen, maar het grootste deel was woeste grond, onontgonnen veen, heide en stuifzanden. De grondeigenaren werden door de regering gestimuleerd bos aan te planten, omdat de stuifzanden een steeds terugkerend probleem vormden. Daardoor groeide het areaal bos. Karakteristiek voor het Vechtdal zijn de eik, sleedoorn en meidoorn en op de hoge zandgronden de jeneverbes.

 

Rond Ommen liggen kastelen en havezaten, omringd door mooie landgoederen. De bewoners daarvan waren vaak markante personages. Zij leverden een bijzondere bijdrage aan de stad en haar geschiedenis. Philip Baron van Pallandt, eigenaar van kasteel Eerde, haalde niet alleen de scouting naar Ommen door zijn vriendschap met Baden Powell, hij was ook gegrepen door de ideeën van de theosofen met als een van de leidende figuren Annie Besant. Hij stelde een gedeelte van zijn bezit ter beschikking voor de komst van Krishnamurti die gezien werd als de nieuwe wereldleraar. Van 1924 tot 1938 werden in Ommen jaarlijks, met enkele onderbrekingen, de Sterkampen georganiseerd. Het boekje 'Wandelen langs vergeten paden, Krishnamurti in Ommen', gaat over deze periode en is verkrijgbaar bij de receptie.